Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2002

Alinea 126 Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0249.

5.6. Enkele onbekendheid van de inspecteur met het Particpatieplan is echter blijkens het bepaalde in artikel 6:228 BW niet voldoende om in een geval als het onderhavige van dwaling te kunnen spreken. Vereist is dat de dwaling ofwel is te wijten aan een mededeling van belanghebbende, tenzij deze er van mocht uitgaan dat de overeenkomst ook zonder die mededeling zou zijn gesloten, ofwel aan de omstandigheid dat belanghebbende in verband met hetgeen hij wist of behoorde te weten omtrent de dwaling de inspecteur had behoren in te lichten, ofwel aan het feit dat beide partijen van dezelfde onjuiste veronderstellingen zijn uitgegaan. Het Hof overweegt hieromtrent het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96b3e1eb4a7c3b457bd0d5b9a60e7a5d83ef84141dcae776e347193ee16f144b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96b3e1eb4a7c3b457bd0d5b9a60e7a5d83ef84141dcae776e347193ee16f144b, en de alinea staat in dat document op bytes 37683 tot 38377.