Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2002
Alinea 28 Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2002
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0917.
5.1.4 Ook de wetssystematiek van de aanmerkelijkbelangregeling leidt tot dit oordeel. Artikel 39, negende lid van de Wet luidt - voor zover te dezen van belang -: "Ten aanzien van krachtens huwelijksvermogensrecht opgekomen aandelen geldt als verkrijgingsprijs die welke geldt voor degene van wiens zijde zij in de gemeenschap zijn gevallen.". Van een verkrijgingsprijs in de zin van de aanmerkelijkbelangregeling kan alleen sprake zijn indien er een aanmerkelijk belang bestaat. De wetgever is er klaarblijkelijk van uitgegaan dat, in de situatie dat de houder van een aanmerkelijk belang huwt in algehele gemeenschap van goederen, zijn echtgenoot vanaf dat moment voor de toepassing van de aanmerkelijkbelangregeling als eigenaar van de onverdeelde helft van die aandelen moet worden beschouwd en derhalve - onder omstandigheden mede door samentelling van het aandelenbezit van beide echtgenoten - als aanmerkelijkbelanghouder en dat daarbij niet van belang is op wiens naam de aandelen zijn gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02cb6ffb1c191a9d3225377028cfe5b201b30fbec8c8de765e4d531618bdcbb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02cb6ffb1c191a9d3225377028cfe5b201b30fbec8c8de765e4d531618bdcbb5, en de alinea staat in dat document op bytes 14257 tot 15273.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02cb6ffb1c191a9d3225377028cfe5b201b30fbec8c8de765e4d531618bdcbb5 | shasum -a 256