Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2002

Alinea 34 Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0917.

5.2.3 Belanghebbende is door het bestaan van de algehele gemeenschap van goederen tezamen met haar echtgenoot gerechtigd tot het gehele gemeenschappelijke vermogen. De gemeenschap omvat blijkens artikel 1:94, eerste lid, van het BW wat haar baten betreft alle tegenwoordige en toekomstige goederen der echtgenoten. Uit deze bepaling volgt dat de opbrengst van de verkoop van de aandelen belanghebbende en haar echtgenoot gezamenlijk aan gaat. Dit leidt tot het oordeel dat die opbrengst mede aan belanghebbende is toegevloeid in de zin van artikel 3 van de Wet en wel voor de aan haar aandeel in de gemeenschap toe te rekenen onverdeelde helft. Belanghebbende heeft de helft van die opbrengst derhalve genoten in de zin van de Wet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02cb6ffb1c191a9d3225377028cfe5b201b30fbec8c8de765e4d531618bdcbb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02cb6ffb1c191a9d3225377028cfe5b201b30fbec8c8de765e4d531618bdcbb5, en de alinea staat in dat document op bytes 17246 tot 17990.