Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2002
Alinea 58 Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2002
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2197.
In dit verband merkt het Hof nog op dat het standpunt van belanghebbende dat de onderhavige toeristenbelasting wordt geheven naar het inkomen (zijnde de totale ontvangsten uit logies) van het hotel niet juist is. Door de gekozen maatstaf wordt de toeristenbelasting geheven naar (een deel van) de omzet van belanghebbende en niet naar haar inkomen, winst of vermogen, waarbij in het midden kan blijven welke van deze termen zien op de heffing ten laste van rechtspersonen. Voor zover de omvang van de omzet van belanghebbende dan wel de hoogte van de besteding door de ho-telgasten zou moeten worden aangemerkt als een exponent van de draagkracht van belanghebbende resp. haar hotelgasten, moet op grond van het vorenstaande worden geoordeeld dat het verband met de draagkracht niet zo direct is dat sprake is van een ingevolge artikel 219, tweede lid, van de Gemeentewet verboden heffing van belas-ting afhankelijk van inkomen, winst of vermogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33ded1b09d3f1c2526676ae6ce46435a3bdc33979654ddefd168e959eda7b92a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33ded1b09d3f1c2526676ae6ce46435a3bdc33979654ddefd168e959eda7b92a, en de alinea staat in dat document op bytes 16678 tot 17638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33ded1b09d3f1c2526676ae6ce46435a3bdc33979654ddefd168e959eda7b92a | shasum -a 256