Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2002

Alinea 62 Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2197.

6.8. Partijen zijn het erover eens geworden dat geen toeristenbelasting is verschul-digd ter zake van de "no show"-omzet, dat is de omzet die belanghebbende behaalt door het in rekening brengen van bedragen aan personen die wel een kamer hebben gereserveerd maar niet zijn komen opdagen. In verband met de aard van de onderha-vige procedure zijn partijen het er voorts over eens geworden dat de vraag of in het door belanghebbende aangegeven bedrag ad ƒ 21.704.062,12 een bedrag aan "no show"-omzet was begrepen zal worden bezien in het kader van de procedure met betrekking tot de over het jaar 200 opgelegde definitieve aanslag en in de onderhavi-ge zaak buiten beschouwing blijft. Mede gelet op hetgeen in onderdeel 3. hiervóór is vermeld, kan niet worden gezegd dat de onderhavige voorlopige aanslag, als aanvul-ling op de eerder opgelegde voorlopige aanslag, niet voldoet aan hetgeen is bepaald in artikel 13, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Belangheb-bende heeft zulks overigens ook niet gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33ded1b09d3f1c2526676ae6ce46435a3bdc33979654ddefd168e959eda7b92a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33ded1b09d3f1c2526676ae6ce46435a3bdc33979654ddefd168e959eda7b92a, en de alinea staat in dat document op bytes 20218 tot 21261.