Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2002

Alinea 73 Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5495.

5.4. Voor zover belanghebbende zich heeft willen beroepen op de door hem gestelde omstandigheid dat vele andere scheepseigenaren of -gebruikers in Amsterdam niet in de heffing van precariobelasting zijn betrokken, welk beroep het Hof opvat als een beroep op het gelijkheidsbeginsel, moet dat beroep worden verworpen. Als onweersproken gesteld staat immers vast dat alle scheepseigenaren en -gebruikers die onder de Verordening vallen, door verweerder in de heffing van precariobelasting worden betrokken en dat de schepen waarvan het ligplaats innemen niet tot zodanige heffing leidt, -anders dan in belanghebbendes zaak het geval is- niet boven aan de gemeente Amsterdam toebehorende grond zijn gelegen. Van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen is daarom geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/306386febe1c2dec3ee22b03c32866c7a924dae42ffde466074d8b430acb551b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 306386febe1c2dec3ee22b03c32866c7a924dae42ffde466074d8b430acb551b, en de alinea staat in dat document op bytes 20865 tot 21657.