Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2002

Alinea 31 Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8413.

Ten slotte heeft de raadsman aangevoerd dat -kort gezegd en zakelijk weergegeven- de beslissing van het hof gegeven ter terechtzitting d.d. 24 mei 2002 inhoudende dat de getuige [getuige 3] achter gesloten deuren gehoord zal worden nietig is omdat deze beslissing is gegeven zonder vooraf de verdachte en de advocaat-generaal terzake te horen hetgeen een schending van artikel 269 van het Wetboek van Strafvordering oplevert. Dit moet tot gevolg hebben, aldus de raadsman, dat de door [getuige 3] ter terechtzitting afgelegde verklaring niet voor het bewijs kan worden gebezigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aabfd41b926f7e90f14d8fd4e6e933790b5a85ea73a05f13bde968077f268b39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aabfd41b926f7e90f14d8fd4e6e933790b5a85ea73a05f13bde968077f268b39, en de alinea staat in dat document op bytes 9565 tot 10157.