Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 november 2002

Alinea 60 Gerechtshof Amsterdam 7 november 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 november 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AF0021.

3.12 Met het gestelde in de van haar afkomstige gedingstukken - de Ondernemingskamer verwijst met name naar punt 3.1 op pagina 5 van de "Akte van uitlating na verhoor accountant" - heeft KPN voldoende aannemelijk gemaakt dat - zoals in het jaarverslag is vermeld - de uitgifte van de warrant en het conversierecht in rechtstreeks verband staan met en onderdeel uitmaken van de totale tegenprestatie voor de verkrijging van de deelneming in E-Plus. Dit brengt mee dat de met de toekenning van de warrant en het conversierecht gemoeide waarden in aanmerking moeten worden genomen als - onderdeel van - de verkrijgingsprijs van de 77,49%-deelneming die door KPN werd verworven. SOBI heeft niet aannemelijk gemaakt dat de warrant en het conversierecht gezien moeten worden als een exit-regeling voor de - mogelijke toekomstige - verkrijging van de resterende 22,51% van de aandelen E-Plus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddaf7fddcb12c88f3e9e4c2c91d516d6ee8eec0692b80e347e7448729a44dac9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddaf7fddcb12c88f3e9e4c2c91d516d6ee8eec0692b80e347e7448729a44dac9, en de alinea staat in dat document op bytes 21638 tot 22537.