Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 november 2002
Alinea 81 Gerechtshof Amsterdam 7 november 2002
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 november 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AF0021.
3.32 Hoofdstuk 121 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, waarin wordt verlangd dat de impairment test plaatsvindt op basis van contant gemaakte waarden, is in 1999 als ontwerp gepubliceerd en in 2000 als definitieve richtlijn. In de definitieve tekst is opgenomen dat de (nieuwe) richtlijn geldt met ingang van 1 januari 2001 en is eerdere toepassing aanbevolen. Nu de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving hebben te gelden als aanbevelingen waarin de - geëvolueerde - maatschappelijke opvattingen omtrent de - nadere uitwerking van de - wettelijke regeling tot uitdrukking komen, concludeert de Ondernemingskamer dat de in artikel 2:387 lid 4 BW voorgeschreven toets in beginsel dient plaats te vinden op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Waarom KPN hiervan is afgeweken, heeft zij tot nu toe onvoldoende gemotiveerd uiteengezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddaf7fddcb12c88f3e9e4c2c91d516d6ee8eec0692b80e347e7448729a44dac9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddaf7fddcb12c88f3e9e4c2c91d516d6ee8eec0692b80e347e7448729a44dac9, en de alinea staat in dat document op bytes 37012 tot 37900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ddaf7fddcb12c88f3e9e4c2c91d516d6ee8eec0692b80e347e7448729a44dac9 | shasum -a 256