Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2002
Alinea 90 Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2002
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AF0037.
3.6 Met betrekking tot het verzoek, opgevat in eerstbedoelde zin, laat de Ondernemingskamer in het midden of verzoeksters tegenover de gemotiveerde betwisting door Laurus voldoende feiten hebben gesteld en aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat gegronde redenen aanwezig zijn om - geïsoleerd bezien en geabstraheerd van de voorafgegane gebeurtenissen - aan een juist beleid van Laurus te twijfelen Nu, zoals hierna zal worden overwogen, het verzoek tot uitbreiding van het lopende onderzoek voor toewijzing vatbaar is, hebben verzoeksters immers geen belang bij toewijzing van het in eerstbedoelde zin opgevatte 'zelfstandig' verzoek. Uitbreiding van het lopende onderzoek brengt immers mee dat - ook - de - besluitvorming omtrent de - transactie van Laurus met Casino en de banken in het onderzoek wordt betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba5cf64b0df0d9d9f3019b3140170d62c821828391edbafe0a2aedd3a6e3217c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba5cf64b0df0d9d9f3019b3140170d62c821828391edbafe0a2aedd3a6e3217c, en de alinea staat in dat document op bytes 18476 tot 19305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba5cf64b0df0d9d9f3019b3140170d62c821828391edbafe0a2aedd3a6e3217c | shasum -a 256