Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2002
Alinea 79 Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2002
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AF0939.
Enige tijd later werd ik door mijn medevennoten benaderd om nogmaals enkele transacties te doen, waarbij er bedragen zouden worden onttrokken aan het bedrijf, ten gunste van privé. Ik heb mij hier zeer sterk tegen verzet, maar kwam uiteindelijk tot de conclusie dat verzet zinloos was. In de eerste plaats was er kennelijk sprake van een "gebruikelijke" situatie op de beursvloer. Daarnaast was het argument dat ook het personeel erin kon meedelen. Ik voelde mij met mijn rug tegen de muur staan en heb uiteindelijk mijn handtekening gezet op een formulier, ter opening van een rekening in Zwitserland met de naam O. De naam O kende ik in die periode overigens niet en is mij pas duidelijk geworden ten tijde van het onderzoek door de FIOD.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c73f4d90bc1e794f8ba7a3e8ff767cda458171c6d2e3bb962b2a06f38f472bb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c73f4d90bc1e794f8ba7a3e8ff767cda458171c6d2e3bb962b2a06f38f472bb9, en de alinea staat in dat document op bytes 17998 tot 18752.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c73f4d90bc1e794f8ba7a3e8ff767cda458171c6d2e3bb962b2a06f38f472bb9 | shasum -a 256