Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 december 2002
Alinea 40 Gerechtshof Amsterdam 5 december 2002
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 december 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AF1834.
4.5. In de onderhavige situatie maakt het Hof uit de stukken en het ter zitting aangevoerde op dat verweerder tot circa 31 oktober 2001 onbekend was met het adres van de gemachtigde van belanghebbende en dat verweerder na het bekend worden van het adres het aanslagbiljet en niet de beschikking heeft toegezonden aan de gemachtigde. Verweerder heeft geen reden aangevoerd waarom niet eerst of samen met het aanslagbiljet de - kennelijk reeds op 31 augustus 2000 bij de gemeente beschikbare - WOZ-beschikking is toegezonden. Dientengevolge heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een noodzaak of een andere rechtvaardigingsgrond om eerst de aanslagen op te leggen. Artikel 220d, vierde lid van de Gemeentewet vindt in de onderhavige situatie derhalve geen toepassing. Hieruit volgt dat er geen heffingsgrondslag voor de aanslagen is, zodat de aanslagen ten onrechte zijn opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee3fe77fbd7aeb5bed5a246a7e3f35c5adb699f3112894c40040c76db0a83252. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee3fe77fbd7aeb5bed5a246a7e3f35c5adb699f3112894c40040c76db0a83252, en de alinea staat in dat document op bytes 12329 tot 13246.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee3fe77fbd7aeb5bed5a246a7e3f35c5adb699f3112894c40040c76db0a83252 | shasum -a 256