Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 oktober 2002
Alinea 54 Gerechtshof Amsterdam 10 oktober 2002
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 oktober 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AF6972.
Verdovende middelen als heroïne, cocaïne en MDMA (XTC) zijn voor de gezondheid van gebruikers daarvan schadelijke stoffen, terwijl de handel in en het gebruik van deze verdovende middelen gepaard pleegt te gaan met vermogens- en andere criminaliteit. Met betrekking tot het onder 1 en 3 primair bewezenverklaarde is aannemelijk dat verdachte slechts uit winstbejag heeft gehandeld. De verdachte is blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 4 september 2002 tweemaal eerder veroordeeld voor feiten, strafbaar gesteld bij de Opiumwet. Op grond van één van die veroordelingen gold bovendien een proeftijd die ten tijde van het plegen van een deel van de bewezenverklaarde feiten reeds was ingegaan en nog niet was geëindigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c88f489373f1c8e31a11d70793a1ce466efb66491d0ead3af5cad31adce1ea6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c88f489373f1c8e31a11d70793a1ce466efb66491d0ead3af5cad31adce1ea6, en de alinea staat in dat document op bytes 14085 tot 14866.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c88f489373f1c8e31a11d70793a1ce466efb66491d0ead3af5cad31adce1ea6 | shasum -a 256