Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2003

Alinea 86 Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF4501.

5.13. Uit de tekst van artikel 13, A, eerste lid, onderdeel g, van de Zesde richtlijn kan worden afgeleid dat niet elke levering van tandprothesen is vrijgesteld. De vrijstelling wordt immers afhankelijk gesteld van de hoedanigheid van degene die de tandprothesen verschaft. Deze hoedanigheid is die van tandtechnicus. Nu zoals eerder overwogen de tekst van evenbedoelde richtlijnbepaling die hoedanigheid niet nader omschrijft, dient die hoedanigheid naar 's Hofs oordeel in het licht van het geheel van de vrijstellingen op het terrein van de gezondheidszorg te worden beoordeeld. Die vrijstellingen gaan naar 's Hofs oordeel uit van een voor de desbetreffende verrichtingen voldoende bekwaamheid van de desbetreffende belastingplichtigen, al dan niet nader te bepalen door de lid-staten. Daarmee strookt naar 's Hofs oordeel niet de hoedanigheid van tandtechnicus in de hier bedoelde zin toe te kennen aan degene die geen vakdiploma tandtechnicus heeft en nimmer zelf tandprothesen maakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7580712e3fd9fe6bb581c1877ae27fb2c3c2e82b3c977bcc3be0469eb5db628f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7580712e3fd9fe6bb581c1877ae27fb2c3c2e82b3c977bcc3be0469eb5db628f, en de alinea staat in dat document op bytes 36391 tot 37395.