Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2003

Alinea 91 Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF4501.

5.18. Voor zover belanghebbende voor de periode vanaf 1 december 1997 een beroep doet op de bewoordingen van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet en op grond daarvan betoogt dat zij ter zake van haar leveringen geen omzetbelasting is verschuldigd kan het Hof belanghebbende daarin volgen nu deze opvatting strookt met de bewoordingen van de bepaling terwijl de geschiedenis van de totstandkoming van de bepaling geen aanwijzing inhoudt dat zij op een niet met deze bewoordingen overeenkomende wijze zou moeten worden uitgelegd. Het Hof is evenwel van oordeel dat aan de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet onlosmakelijk is verbonden de uitsluiting van een recht op aftrek van voorbelasting op grond van artikel 15, tweede lid, van de Wet. Naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is kan belanghebbende niet met vrucht een beroep doen op de bewoordingen van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet om te verlangen dat zij ter zake van haar leveringen geen omzetbelasting is verschuldigd terwijl zij tevens met een beroep op de Zesde richtlijn de desbetreffende voorbelasting in aftrek wenst te brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7580712e3fd9fe6bb581c1877ae27fb2c3c2e82b3c977bcc3be0469eb5db628f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7580712e3fd9fe6bb581c1877ae27fb2c3c2e82b3c977bcc3be0469eb5db628f, en de alinea staat in dat document op bytes 39194 tot 40361.