Citaat | Gerechtshof Amsterdam 12 februari 2003
Alinea 100 Gerechtshof Amsterdam 12 februari 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 12 februari 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5240.
Het Hof leidt uit het door de gemachtigde in zijn brief van 8 maart 2001 verklaarde af dat zowel de Trust (als aandeelhouder van de BV) en L B.V. (als door de trustmaatschappij van de bank ter beschikking gestelde directrice van de BV), als de dochter van belanghebbende (als "beneficiary" van de Trust), door belanghebbende zijn tussengeschakeld in verband met haar faillissement en haar wens niet (het overgrote deel van) haar arbeidsbeloning van J SA in dat faillissement te doen vallen. Onder deze omstandigheden moet worden geconcludeerd dat belanghebbende - bij voorbaat - over de haar toekomende arbeidsbeloning heeft beschikt door deze aan de BV af te staan. Alsdan vindt de door J SA jegens de BV op zich genomen verplichting tot het betalen van het hiervoor bedoelde honorarium haar grond in de arbeidsrelatie welke tussen J SA en belanghebbende bestaat en is dat door J SA betaalde honorarium aan te merken als door belanghebbende van J SA genoten arbeidsbeloning. De omstandigheden dat de BV als zodanig een onderneming drijft, dat de vordering tot betaling van het honorarium toekomt aan de BV en dat door haar met J SA een honorarium vermeerderd met omzetbelasting is afgesproken, kunnen aan het vorenstaande niet afdoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/543e1983e10733e5306321bf83d39d49ed5b26b33ac9659b7d93621d5f991a89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 543e1983e10733e5306321bf83d39d49ed5b26b33ac9659b7d93621d5f991a89, en de alinea staat in dat document op bytes 25418 tot 26666.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/543e1983e10733e5306321bf83d39d49ed5b26b33ac9659b7d93621d5f991a89 | shasum -a 256