Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2003

Alinea 93 Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5246.

5.6. Voorzover belanghebbende erover klaagt dat verweerder de Woningen in de beroepsfase met andere objecten vergelijkt dan in een eerdere fase van het geding en betoogt dat het verweerder niet vrijstond om zijn waardebepaling in de beroepsfase anders te onderbouwen dan hij in een eerdere fase van het geding heeft gedaan, berust haar standpunt op een onjuiste rechtsopvatting. Zoals de Hoge Raad in BNB 1990/219* heeft overwogen, staat het verweerder vrij om in beroep een ander standpunt in te nemen dan bij de aanslagregeling, tenzij hij een toezegging heeft gedaan dan wel, anders dan door het enkele volgen van de aangifte op het betrokken punt, bij de belastingplichtige de indruk heeft kunnen wekken dat de aanslagregeling op dit punt berust op een weloverwogen standpuntbepaling (Hoge Raad 14 februari 1990, nr. 26 402). Dit betekent voor het onderhavige geschil dat het verweerder vrijstond om voor het Hof de WOZ-beschikking anders te onderbouwen of toe te lichten dan hij in een eerdere fase heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be26039762672a1613b8b64c95766884b1b197c71471e4c876181c40600346c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be26039762672a1613b8b64c95766884b1b197c71471e4c876181c40600346c4, en de alinea staat in dat document op bytes 17754 tot 18785.