Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2003
Alinea 94 Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5246.
5.7. Met betrekking tot belanghebbendes stelling dat verweerder geen of onvol-doende stukken in de loop van het geding heeft overlegd is het volgende van belang. Verweerder heeft bij zijn verweerschrift verkoopgegevens van alle onder 1.5 ver-melde vergelijkingsobjecten overgelegd. Artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ bepaalt - kort gezegd - dat verweerder op verzoek een afschrift van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde, aan belanghebbende verstrekt. Naar het oordeel van het Hof verplichtte deze bepaling, noch enige andere rechtsregel, verweerder meer gegevens te overleggen dan hij gedaan heeft. Voorzover belang-hebbende zich beroept op artikel 40, eerste lid, van de Wet WOZ is het volgende van belang. De Waarderingsinstructie 1999 ("Regels voor de onderbouwing en de uitvoe-ring van de waardebepaling naar waardepeildatum 1 januari 1999 in het kader van de Wet WOZ", vastgesteld door de Waarderingskamer op 18 februari 1998) in Deel II, onder 'instructie gerechtvaardigd belang' bepaalt onder andere:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be26039762672a1613b8b64c95766884b1b197c71471e4c876181c40600346c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be26039762672a1613b8b64c95766884b1b197c71471e4c876181c40600346c4, en de alinea staat in dat document op bytes 18805 tot 19858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be26039762672a1613b8b64c95766884b1b197c71471e4c876181c40600346c4 | shasum -a 256