Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003

Alinea 28 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6884.

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep omstandigheden genoemd die bij elkaar genomen - zo begrijpt het hof de verdediging - primair tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte dienen te leiden omdat sprake is van ernstige inbreuken op de beginselen van een behoorlijke procesorde, dan wel dienen te leiden tot een andere sanctie genoemd in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De door de verdediging genoemde omstandigheden zijn A) het tijdsverloop en B) de gang van zaken met betrekking tot het verkrijgen van informatie over een Zwitserse bankrekening van de verdachte (zoals verwoord onder het kopje 'Gerommel en geknoei', p. 3 van de ter terechtzitting van 7 maart 2003 overgelegde pleitnotitie). Het hof zal hieronder beide punten bespreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/665fd1500d623af6ba2a0a258b0f4278e9b45908ff1ee77f2fbb7e52987cc705. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 665fd1500d623af6ba2a0a258b0f4278e9b45908ff1ee77f2fbb7e52987cc705, en de alinea staat in dat document op bytes 9198 tot 10030.