Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003
Alinea 34 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6884.
Het hof is van oordeel dat het tijdsverloop gedurende het gerechtelijk vooronderzoek niet zodanig lang is geweest dat, ondanks de voortvarendheid in de latere stadia, toch sprake is van schending van genoemd recht. Uit de processtukken blijkt dat verscheidene getuigen op verzoek van de verdediging zijn gehoord en zich dientengevolge nauwelijks perioden van inactiviteit hebben voorgedaan. Hierbij komt dat verdachte aanvankelijk categorisch heeft ontkend ooit geld van S. te hebben aangenomen en een bankrekening bij Pictet & Cie te Genève te hebben aangehouden; bij schrijven van 5 november 2000 heeft hij vervolgens een andere proceshouding ingenomen. Op die manier heeft verdachte het onderzoek in zijn zaak bemoeilijkt en vertraagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/665fd1500d623af6ba2a0a258b0f4278e9b45908ff1ee77f2fbb7e52987cc705. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 665fd1500d623af6ba2a0a258b0f4278e9b45908ff1ee77f2fbb7e52987cc705, en de alinea staat in dat document op bytes 12305 tot 13062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/665fd1500d623af6ba2a0a258b0f4278e9b45908ff1ee77f2fbb7e52987cc705 | shasum -a 256