Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003

Alinea 59 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6884.

1. Verdachte heeft, onder verwijzing naar een door P. aan hem gezonden e-mailbericht van 18 februari 2003, - zakelijk weergegeven - betoogd, dat hij de door hem van S. ontvangen bedragen, zoals in de agenda's van S. vermeld, niet heeft ontvangen als gift en evenmin als gevolg van een belofte in de zin van artikel 328ter Wetboek van Strafrecht, doch dat die betalingen - kort gezegd - voortvloeiden uit koerswinsten, die door een informele beleggingsclub, waarvan P., S. en hij lid waren, bij effectentransacties waren gerealiseerd. P. en hij leverden - aldus verdachte - de ideeën voor transacties, waarna die vervolgens per telefoon aan S. werden doorgegeven. S. was volkomen vrij al dan niet actie te ondernemen op basis van deze ideeën. S. was de penningmeester van de informele beleggingsclub. De winsten en verliezen, die zouden worden gemaakt, zouden door de deelnemers evenredig worden gedeeld. S. financierde de transacties en in geval van gerealiseerde koerswinst was S. de overige twee leden geld schuldig, terwijl in geval van gerealiseerd koersverlies die twee leden geld schuldig waren aan S. De saldi van deze bedragen werden willekeurig uitgekeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/665fd1500d623af6ba2a0a258b0f4278e9b45908ff1ee77f2fbb7e52987cc705. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 665fd1500d623af6ba2a0a258b0f4278e9b45908ff1ee77f2fbb7e52987cc705, en de alinea staat in dat document op bytes 19437 tot 20617.