Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003
Alinea 28 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6887.
Verdachte is niet de enige tegen wie, op basis van de stukken waarover het hof beschikt, verdenking kon ontstaan in het hier aan de orde zijnde feitencomplex. Anderen die mogelijk in een vergelijkbare positie verkeerden, waren de door de verdediging genoemde B., P. en W.; met hen kan echter niet worden volstaan: ook K., directeur, en Bank B. moeten in de afweging worden betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599, en de alinea staat in dat document op bytes 8258 tot 8654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599 | shasum -a 256