Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003

Alinea 35 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6887.

Van de drie anderen die bij nadere beschouwing min of meer op één lijn gesteld lijken te kunnen worden met verdachte - te weten: K., Bank B. en P. - zijn derhalve twee strafrechtelijk (of op daarmee in dit verband gelijk te stellen wijze) vervolgd. In dat licht beschouwd moet de stelling dat strafrechtelijke vervolging van verdachte schending van het gelijkheidsbeginsel meebrengt, worden afgewezen. Het zonder kenbare reden achterwege laten van (verdere) vervolging van één van de voor vervolging in aanmerking komende verdachten leidt in dit geval niet tot een ander oordeel. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599, en de alinea staat in dat document op bytes 10226 tot 10875.