Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003
Alinea 37 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6887.
Het hof stelt vast dat in casu de redelijke termijn een aanvang heeft genomen op 28 november 1997, de dag waarop verdachte voor het eerst werd gehoord over diens betrokkenheid bij strafbare feiten. Het vonnis van de rechtbank is van 1 november 2000. Deze overschrijding van de redelijke termijn is voornamelijk een gevolg van nagenoeg "stilzitten" van de met de vervolging belaste autoriteiten in de periode van januari 1999 tot aan het uitbrengen van de inleidende dagvaarding in april 2000. Derhalve is sprake van een aan het openbaar ministerie toe te rekenen overschrijding van de redelijke termijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599, en de alinea staat in dat document op bytes 11191 tot 11807.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599 | shasum -a 256