Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003

Alinea 39 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6887.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat de behandeling van de zaak, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep en voor wat betreft de totale duur van de vervolging, niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Wat betreft het daaraan te verbinden gevolg overweegt het hof dat bij afweging van enerzijds het belang dat de samenleving - ook na overschrijding van de redelijke termijn - heeft bij normhandhaving door berechting en anderzijds het belang dat verdachte heeft bij verval van het recht tot strafvervolging, het belang van de gemeenschap moet prevaleren. Het op overschrijding van de genoemde termijn gegronde beroep op de niet-ontvankelijkheid dient derhalve te worden verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599, en de alinea staat in dat document op bytes 12454 tot 13226.