Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003
Alinea 49 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6887.
Ten laste is gelegd dat verdachte medeplichtig is geweest aan het opzettelijk doen van onjuiste en/of onvolledige aangiften inkomstenbelasting en/of vermogensbelasting over een reeks van jaren bij vijf met name genoemde gerechtigden tot subrekeningen van de C-rekening bij Bank B. Die medeplichtigheid bestaat hierin, zo leest het hof de tenlastelegging, dat door het systeem van coderekeningen bij C. te faciliteren, waarbij onmiskenbaar de bedoeling van de rekeninghouders is geweest om gelden of vermogen buiten het zicht van de Nederlandse fiscus te houden, de genoemde rekeninghouders de gelegenheid is geboden om met een geringere kans op ontdekking door de fiscus die gelden of dat vermogen niet in de belastingaangiften op te nemen. Deze enkele omstandigheid levert niet op medeplichtigheid tot of bij belastingfraude. Voorts is ten aanzien van geen van de in de tenlastelegging met name genoemde rekeninghouders voldoende bewijs voorhanden dat verdachte met elk van hen overleg heeft gevoerd over het doen van aangiften over een of meer van de specifiek genoemde jaren of bij het doen daarvan op een andere wijze behulpzaam is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599, en de alinea staat in dat document op bytes 16890 tot 18047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/904c5afa25208448f9886b637550f5ab423cbe5625ae1138eec4be9bce55f599 | shasum -a 256