Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003

Alinea 75 Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8491.

2.14. De inspecteur heeft op 12 januari 2001 een brief aan belanghebbende en X B.V. gezonden met betrekking tot de omzetbelasting. In deze brief zijn onder meer de volgende passages opgenomen: "Ik heb voor de heffing van omzetbelasting (BTW) de situatie beoordeeld tussen u, X B.V. (hierna: de BV) en B. Ik ben hierbij uitgegaan van de overeenkomst die in 1999 is afgesloten met B, waarvan een kopie in mijn bezit is. Naar de letter hiervan zijn de BV en B de contractspartijen. Ik heb geen reden om te veronderstellen dat u en B in afwijking van hetgeen op papier is gezet, hebben beoogd om rechtsreeks een contract tot stand te brengen tussen B en u als natuurlijk persoon. Dit heeft tot gevolg dat er voor de omzetbelasting van uit moet worden gegaan dat de BV de in het contract genoemde prestaties verricht aan B. Aangezien de BV een van B te onderscheiden rechtspersoon is, verricht de BV de prestaties zelfstandig in de zin van de omzetbelastingwetgeving. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885, en de alinea staat in dat document op bytes 22280 tot 23261.