Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003

Alinea 96 Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8491.

5.5. Gelet op het onder 5.4 overwogene, in onderlinge samenhang bezien, komt het Hof tot het oordeel dat tussen belanghebbende en B een gezagsverhouding bestaat. Aan belanghebbende kan worden toegegeven dat hij grote vrijheid heeft in de opzet en uitvoering van de programma's en dat B in de dagelijkse gang van zake weinig gebruik maakt van de mogelijkheid om haar gezag uit te oefenen. Dit neemt echter niet weg dat B, in het bijzonder gelet op de onder 5.4 genoemde artikelen van de overeenkomst alsmede op grond van de verklaringen van belanghebbende zelf, de bevoegdheid heeft gezag uit te oefenen met betrekking tot de inhoud en de wijze waarop hij de werkzaamheden verricht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885, en de alinea staat in dat document op bytes 35189 tot 35883.