Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003
Alinea 98 Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8491.
5.7. Nu het Hof op grond van het vorenoverwogene heeft geconcludeerd dat er sprake is van loon, persoonlijke arbeid en gezag, staat vast dat er tussen belanghebbende en B sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Dit oordeel wordt versterkt door de omstandigheid dat de overeenkomst is aangegaan voor een periode van 10 jaar en een vaste beloning van ƒ *40.000 per jaar is overeengekomen, welke beloning B ook diende te betalen indien B, bijvoorbeeld als gevolg van minder toegewezen zendtijd of als gevolg van een andere prioriteitstelling, minder dan ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voorzien was, van belanghebbendes diensten gebruik zou gaan maken en niet, zoals bij een overeenkomst van opdracht meer gebruikelijk is, enkel een vergoeding wordt overeengekomen ter zake van een bepaald (eind)resultaat of vergoeding per geleverde dienst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885, en de alinea staat in dat document op bytes 36232 tot 37113.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885 | shasum -a 256