Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003

Alinea 99 Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8491.

5.8. Het onder 5.1 tot en met 5.7 overwogene leidt tot het oordeel dat tussen belanghebbende en B in februari 2001 een dienstbetrekking bestond en dat dientengevolge B inhoudingsplichtig was. Voorts staat vast dat B het op basis van de overeenkomst verschuldigde bedrag heeft uitbetaald. Naar het oordeel van het Hof vormen de aan de vennootschap betaalde bedragen loon voor belanghebbende; ook al zou vaststaan - gelijk belanghebbende kennelijk voorstaat - dat B verplicht was deze bedragen aan de vennootschap uit te keren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5feb9755e83f9cf237822ec4d8eba48918af06d86405cc7fef384b9dfc5b885, en de alinea staat in dat document op bytes 37133 tot 37671.