Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 april 2003
Alinea 20 Gerechtshof Amsterdam 14 april 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9268.
"Er zijn sterke aanwijzingen voorhanden dat verdachte en zijn medeverdachten met enigen van de in de tenlastelegging met name genoemde anderen deel uitmaakten van een samenwerkingsverband dat zich bezighield met zaken die het daglicht niet konden velen. Naar het oordeel van het Hof is er geen andere verklaring voor het feit dat verdachte, zijn medeverdachten en de hiervoor bedoelde anderen het kennelijk noodzakelijk vonden om -onder meer - het afluisteren en begrijpen door derden van door hen (onderling) gevoerde telefoongesprekken te belemmeren door gebruik te maken van wisselende telefoonaansluitingen en verhullende taal. Er viel blijkbaar iets te verbergen. In dit verband verwijst het hof naar de door de rechtbank terzake gebezigde bewijsmiddelen. Bij gebrek aan wettig bewijs kan niet bewezen worden verklaard dat verdachte deel uitmaakte van een samenwerkingsverband dat het plegen van een of meer van de in de tenlastelegging (…) opgesomde misdrijven als oogmerk had. Voor enige is geen enkel concreet bewijs. Voor andere is er wel iets, maar om de twijfel te overwinnen of dat aangevuld of in verband gebracht mag worden met andere voorhanden gegevens dient gebruik gemaakt te worden van op speculatie rustende redeneringen. Dat kan geen wettig bewijs opleveren."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30c898eed1f98525a749fce813beff55b267fe76ba6cd48644d96b231944223c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30c898eed1f98525a749fce813beff55b267fe76ba6cd48644d96b231944223c, en de alinea staat in dat document op bytes 12371 tot 13666.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30c898eed1f98525a749fce813beff55b267fe76ba6cd48644d96b231944223c | shasum -a 256