Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 april 2003

Alinea 38 Gerechtshof Amsterdam 25 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 april 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AH9613.

Ondanks dat de verdachte inmiddels ter zake van het onder 1 en 7 tenlastegelegde is vrijgesproken en thans ter zake van het onder 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken, is het hof van oordeel dat het dientengevolge opleggen van een lagere straf dan door de rechtbank in eerste aanleg is opgelegd of van de straf die door de advocaat-generaal (voorwaardelijk) is gevorderd, onvoldoende recht zou doen aan de ernst van de feiten. Het is op deze grond dat het hof, alles afwegende, in beginsel een zwaardere straf dan door de rechtbank in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, passend en geboden acht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce60107b6b2a846140df91e8fa3cb004e96ce7ead03d4d2935274edc1578eb23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce60107b6b2a846140df91e8fa3cb004e96ce7ead03d4d2935274edc1578eb23, en de alinea staat in dat document op bytes 11667 tot 12309.