Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003

Alinea 39 Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0892.

Op de vergadering van de commissie JORI van 13 januari 1999 is de nota van het college besproken. Blijkens het verslag van deze vergadering heeft de verdachte bij die gelegenheid opgemerkt dat de tegemoetkoming aan het bedrijf zijn partij Groen Links fors deed schrikken. Hij betreurde dat de stukken vertrouwelijk waren, "waardoor de fractie geen adequate reactie kan geven tijdens een openbaar debat. De compensatie door de gemeente is zodanig hoog dat het eigenlijk een mazzeltje is voor de ontwikkelaar dat de gemeente een fout heeft gemaakt.". In tweede termijn merkte de verdacht onder meer op: "Het college moet voor de raadsvergadering duidelijk maken waarom de cijfers vertrouwelijk ter inzage liggen. Slaagt het college daar niet in dan overweegt Groen Links om deze cijfers openbaar te maken.". De de voorzitter van de commissie, wethouder [L.], reageerde daarop met de opmerking dat "stukken waarvan openbaarmaking de belangen van burgers, bedrijven of instellingen kan schaden, altijd vertrouwelijk ter inzage liggen. Raads- en commissieleden hebben een eed afgelegd, waardoor het eigenmachtig openbaar maken van vertrouwelijke gegevens gevolgen zal hebben.".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f6b20c65d56132a5b0a626c4e2b8ec98b8c8791d14e0345fa7878a06f70a0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f6b20c65d56132a5b0a626c4e2b8ec98b8c8791d14e0345fa7878a06f70a0e, en de alinea staat in dat document op bytes 12865 tot 14052.