Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003
Alinea 74 Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0892.
Mocht dit al anders zijn, dan geldt het volgende. De in de tenlastelegging voorkomende woorden "enig geheim waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van zijn ambt en/of beroep (...) en/of wettelijk voorschrift verplicht was te bewaren", die daarin kennelijk worden gebezigd in dezelfde betekenis als aan die bewoordingen toekomt in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, dienen aldus te worden verstaan dat van een geheim in de onderhavige zaak slechts sprake kan zijn indien de beslissing van het college van burgemeester en wethouders tot het vertrouwelijk ter inzage leggen van financiële informatie berustte op een rechtmatig gebruik van zijn in de Gemeentewet toegekende bevoegdheden. Dit brengt mee dat de strafrechter het verweer van de verdediging niet mag passeren op de door de advocaat-generaal aangevoerde grond (HR 24 september 2002, NJ 2003, 80).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f6b20c65d56132a5b0a626c4e2b8ec98b8c8791d14e0345fa7878a06f70a0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f6b20c65d56132a5b0a626c4e2b8ec98b8c8791d14e0345fa7878a06f70a0e, en de alinea staat in dat document op bytes 25507 tot 26416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2f6b20c65d56132a5b0a626c4e2b8ec98b8c8791d14e0345fa7878a06f70a0e | shasum -a 256