Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003
Alinea 99 Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 augustus 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0892.
Uit de stukken van de zaak en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep van 1 november 2002 is genoegzaam gebleken dat dit college in zijn nota van 8 december 1998 van deze bevoegdheid ook werkelijk gebruik heeft willen maken toen het in de nota aan de leden van de commissie JORI, waaronder verdachte, mededeelde dat de achterliggende financiële informatie vertrouwelijk voor hen ter inzage lag. Een en ander brengt mee dat het in de bedoeling van het college heeft gelegen, in de zin van de Algemene wet bestuursrecht een schriftelijk en concreet besluit te nemen dat was gericht op een rechtsgevolg, te weten een plicht tot geheimhouding rustend op degenen die kennis zouden nemen van de ter inzage gelegde stukken. Anders dan de verdediging heeft gesteld, is geenszins aannemelijk dat het in de nota van het college slechts ging om een algemene mededeling met betrekking tot een te [plaatsnaam] gangbare praktijk van vertrouwelijke inzage waaraan geen rechtsgevolg verbonden was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f6b20c65d56132a5b0a626c4e2b8ec98b8c8791d14e0345fa7878a06f70a0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f6b20c65d56132a5b0a626c4e2b8ec98b8c8791d14e0345fa7878a06f70a0e, en de alinea staat in dat document op bytes 39890 tot 40900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2f6b20c65d56132a5b0a626c4e2b8ec98b8c8791d14e0345fa7878a06f70a0e | shasum -a 256