Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003
Alinea 64 Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AM1503.
4.6. Ten vierde kan worden gekeken of de verklaring is afgelegd op een wijze waarvan kan worden gezegd dat die verklaring uit zichzelf is afgelegd, dit is: of met de verklaring niet is 'ingespeeld' of kan zijn 'ingespeeld' op gegevens die daarvoor zijn aangedragen door de verhorende autoriteit. Wat de onderwerpelijke verklaringen van [getuige 3] en [getuige 4] op dit punt betreft, kan het hof - op grond van de geverbaliseerde tekst van de verhoren en, ten aanzien van de verhoren [getuige 4], ook op grond van de eigen waarneming van de video-opnamen van diens politieverhoren - niet uitsluiten dat deze getuigen met hun verklaring, zeker met betrekking tot enkele daarin bepaald als essentiëel aan te merken omstandigheden zoals door het herhaaldelijk noemen van de namen van [verdachte G] en [verdachte vdM], is 'ingespeeld' op hetgeen de verhorende verbalisanten in hun vraagstellingen te berde brachten. Het hof heeft hierbij bijvoorbeeld het oog op de onderdelen uit de verklaring van [getuige 3] dat hij en [verdachte G] samen sportschoenen van het merk Nike hebben gekocht en dat hij van [getuige 4] heeft gehoord dat [verdachte G] en [verdachte vdM] 's nachts in de woning van [getuige 4] waren gekomen en op de onderdelen uit de verklaring van [getuige 4] dat [verdachte G] en [verdachte vdM] in de nacht van 30 april op 1 mei 2000 's nachts bij hem thuis waren gekomen. In dit verband wijst het hof er ook op dat [getuige 4] betreffende de door hem afgelegde verklaring dat [verdachte vdM] in de vroege ochtend van 1 mei 2000, te weten om 06.00 uur, weer in zijn woning kwam, bij de verhorende verbalisanten - kort gezegd - informeerde of die tijd correspondeerde met de tijd waaraan verbalisanten dachten (de tijd van de melding van de brand in de Opel Omega) en op hetgeen [getuige 4] heeft verklaard toen hij door verbalisanten werd geconfronteerd met het 'konijnenholverhaal' waarover [getuige 3] intussen had verklaard. In dit verband merkt het hof ook op dat het zich niet geheel aan de indruk kan onttrekken dat de verhoren van [getuige 3] en [getuige 4] naar hun eventuele kennis over de Wijkerzaak in het politieonderzoek zijn aangevangen en voortgezet op basis van de omstandigheid dat bij de opsporingsautoriteit intussen, op grond van of mede op grond van in september/oktober 2000 binnengekomen CIE informatie, de overtuiging was ontstaan dat [verdachte G] en [verdachte vdM] als de daders in de Wijkerzaak konden worden beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3c6c4fdcac97d3616e51a63b5b4607ce89e89813dbc14754b4ff8b246ac3a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3c6c4fdcac97d3616e51a63b5b4607ce89e89813dbc14754b4ff8b246ac3a00, en de alinea staat in dat document op bytes 32706 tot 35179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b3c6c4fdcac97d3616e51a63b5b4607ce89e89813dbc14754b4ff8b246ac3a00 | shasum -a 256