Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003

Alinea 68 Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AM1503.

5.2. Het hof heeft [getuige 1] ter terechtzitting van 13 december 2002 als getuige gehoord, heeft [getuige 3] ter terechtzittingen van 17 en 24 januari 2003 als getuige gehoord en heeft hen beiden vervolgens ter terechtzitting van 29 april 2003 opnieuw als getuige gehoord. Op grond van hetgeen ter terechtzitting omtrent de persoon van [getuige 3] en het zich gedragen tijdens de verhoren en het afleggen van zijn verklaring door het hof is waargenomen, een en ander zoals dat naar voren komt uit de ter zake opgemaakte processen-verbaal van terechtzitting, is er onvoldoende grond om te oordelen dat zijn hiervoor - door het hof in zijn kern weergegeven - verklaring in de onderdelen die belastend zijn voor de verdachte en zijn door de rechtbank veroordeelde medeverdachte een betrouwbare weergave is van hetgeen in de werkelijkheid heeft plaatsgehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3c6c4fdcac97d3616e51a63b5b4607ce89e89813dbc14754b4ff8b246ac3a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3c6c4fdcac97d3616e51a63b5b4607ce89e89813dbc14754b4ff8b246ac3a00, en de alinea staat in dat document op bytes 37405 tot 38273.