Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003

Alinea 90 Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 juli 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AM1503.

6.10. Ook voormelde feiten of omstandigheden vormen geen grond om te oordelen dat de verklaringen van [getuige 3] en [getuige 4], die belastend zijn voor de verdachte en zijn door de rechtbank veroordeelde medeverdachte, een betrouwbare weergave vormen van hetgeen in de werkelijkheid is geschied. Daar komt met betrekking tot [getuige 4] bij dat het oordeel over de betrouwbaarheid van zijn in het verleden afgelegde, schriftelijk en op videoband geregistreerde verklaringen in zeer aanzienlijke mate wordt bemoeilijkt doordat het in hoger beroep voor het hof, het openbaar ministerie en de verdediging onmogelijk is geweest hem over en naar aanleiding van deze verklaringen nader te ondervragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3c6c4fdcac97d3616e51a63b5b4607ce89e89813dbc14754b4ff8b246ac3a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3c6c4fdcac97d3616e51a63b5b4607ce89e89813dbc14754b4ff8b246ac3a00, en de alinea staat in dat document op bytes 53257 tot 53968.