Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003
Alinea 43 Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AM7965.
6.2. Ingevolge artikel 34, derde lid, van de Verordening (EEG) nr. 2726/90 van de Raad van 17 september 1990 betreffende communautair douanevervoer (hierna: Verordening 2726/90) wordt - voorzover hier van belang - wanneer de zending niet aan het kantoor van bestemming is aangebracht en de plaats van de overtreding of onregelmatigheid niet kan worden vastgesteld, de overtreding of onregelmatigheid geacht te zijn begaan in de lidstaat waartoe het kantoor van vertrek behoort, tenzij bewijs wordt geleverd van de plaats waar de overtreding of onregelmatigheid daadwerkelijk is begaan. Dienaangaande is in artikel 10, derde lid, van de Verordening 719/91 bepaald dat - voorzover hier van belang - wanneer het niet mogelijk is te bepalen op welk grondgebied de overtreding of onregelmatigheid is begaan, deze geacht wordt te zijn begaan in de lidstaat waar zij is vastgesteld, tenzij het bewijs wordt geleverd van de plaats waar de overtreding of onregelmatigheid daadwerkelijk is begaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7ecefd9a31ec4e1b0375303a7c74e22f709932bfd8be99f9a10e26b91b77810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7ecefd9a31ec4e1b0375303a7c74e22f709932bfd8be99f9a10e26b91b77810, en de alinea staat in dat document op bytes 16902 tot 17902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7ecefd9a31ec4e1b0375303a7c74e22f709932bfd8be99f9a10e26b91b77810 | shasum -a 256