Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003

Alinea 52 Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AM7965.

6.10. In de onderhavige zaak kan niet worden vastgesteld op het grondgebied van welke lidstaat de daadwerkelijke handelingen zijn verricht als gevolg waarvan het toezicht op de goederen is verbroken. Gelet op het onder 6.5. overwogene moet de onttrekking geacht worden zich in Nederland te hebben voorgedaan en is de belastingschuld, ook wat de omzetbelasting betreft, in Nederland ontstaan (vgl. HvJ EG, 11 juli 2002, C-371/99, Liberexim, ov. 44). Los van het voorgaande acht de Douanekamer van belang dat de goederen in Nederland onder geleide van de carnets TIR zijn geplaatst en dat ook in Nederland wordt vastgesteld dat de desbetreffende goederen aan het douanetoezicht zijn onttrokken. Dit brengt naar het oordeel van de Douanekamer mee dat er dan in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat de goederen in Nederland aan het douanetoezicht zijn onttrokken. Belanghebbende heeft geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan aannemelijk is dat de goederen in een andere lidstaat aan het douanetoezicht zijn onttrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7ecefd9a31ec4e1b0375303a7c74e22f709932bfd8be99f9a10e26b91b77810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7ecefd9a31ec4e1b0375303a7c74e22f709932bfd8be99f9a10e26b91b77810, en de alinea staat in dat document op bytes 22364 tot 23413.