Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003

Alinea 58 Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AM7965.

6.15. Ten aanzien van de vraag of belanghebbende degene is die de accijns ter zake van de invoer verschuldigd is geldt het volgende. Artikel 6, tweede lid, van de richtlijn (92/12/EEG) van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten bepaalt, voorzover hier van belang, dat de voorwaarden voor verschuldigdheid van accijns die zijn welke op het tijdstip van verschuldigd worden van kracht zijn in de desbetreffende lidstaat. De accijns wordt daarbij geheven en geïnd op de door de lidstaat vastgestelde wijze. Ten aanzien van de heffing en invordering van de accijns ter zake van invoer verklaart artikel 62, eerste lid, van de Wet accijns de AWDA van overeenkomstige toepassing. Gelet op hetgeen onder 6.6. is overwogen brengt dit mee dat de onderwerpelijke uitnodiging tot betaling, ook voor wat de heffing van accijns betreft, terecht aan belanghebbende is gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7ecefd9a31ec4e1b0375303a7c74e22f709932bfd8be99f9a10e26b91b77810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7ecefd9a31ec4e1b0375303a7c74e22f709932bfd8be99f9a10e26b91b77810, en de alinea staat in dat document op bytes 26517 tot 27437.