Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2003

Alinea 39 Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2003

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7513.

5.4. Ingevolge de artikelen 21 en 24 van de Wet worden als zuivere inkomsten uit vermogen aangemerkt alle niet als winst uit onderneming, als winst uit aanmerkelijk belang of als inkomsten uit arbeid aan te merken voordelen die worden getrokken uit onroerende en roerende zaken en uit rechten die niet op zaken betrekking hebben verminderd met de op die inkomsten drukkende aftrekbare kosten voor zover zij zijn gemaakt tot verwerving, inning en behoud van die inkomsten. Op grond van artikel 38, eerste lid, van de Wet, worden deze aftrekbare kosten in aanmerking genomen op het tijdstip waarop zij betaald of verrekend zijn, door de belastingplichtige ter beschikking zijn gesteld of rentedragend zijn geworden. Hierbij dient evenwel de onder 3 vermelde aftrekbeperking van art. 38, zevende lid, van de Wet, in aanmerking te worden genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbd04100dc813a627b5c067a3c740d8e7ca0b06ca12f6b462d0e6966a7988cd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbd04100dc813a627b5c067a3c740d8e7ca0b06ca12f6b462d0e6966a7988cd7, en de alinea staat in dat document op bytes 13350 tot 14206.