Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 april 2004
Alinea 175 Gerechtshof Amsterdam 21 april 2004
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 april 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AO9136.
5.4. Nu uit geen enkel ander door de inspecteur ingebracht stuk noch uit hetgeen hij overigens opgemerkt heeft, volgt dat B in meer dan bijkomstige mate met betrekking tot de inhoud van de werkzaamheden en de wijze waarop belanghebbende die werkzaamheden moest uitvoeren, recht had aanwijzingen en/of instructies te geven, is het hof van oordeel dat er tussen B en belanghebbende geen gezagsverhouding bestaat. De omstandigheid dat belanghebbende gedurende geruime tijd steeds dezelfde werkzaamheid ten behoeve van hetzelfde radioprogramma verricht, is op zich zelf genomen geen - althans onvoldoende - grond om een gezagverhouding aanwezig te achten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aba5f47799dcf78e556a8e049a17aa64a145883018f157254e1aa4b4251af484. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aba5f47799dcf78e556a8e049a17aa64a145883018f157254e1aa4b4251af484, en de alinea staat in dat document op bytes 28926 tot 29590.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aba5f47799dcf78e556a8e049a17aa64a145883018f157254e1aa4b4251af484 | shasum -a 256