Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 april 2004

Alinea 166 Gerechtshof Amsterdam 29 april 2004

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 april 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AP8379.

5.2. Het Hof is van oordeel dat de beoefening van een sport en het lidmaatschap van een sportvereniging in het algemeen tot de privé-sfeer behoren. De omstandigheid dat in het onderhavige geval de beoefening van de sport - mede - op aandringen van de onderscheiden werkgevers in het kader van de door hen gewenste relatiemarketing plaatsvindt, is naar het oordeel van het Hof geen reden om aan te nemen dat dit hier anders is. Daarbij neemt het Hof in overweging dat de werkgevers de werknemers die aangeven niet in de golfsport geïnteresseerd te zijn, niet verplichten om via deze wijze aan relatiemarketing te doen. Het vorenoverwogene brengt het Hof tot het oordeel dat bij de onderhavige uitgaven het persoonlijke element zozeer overheerst, dat deze kosten niet kunnen worden aangemerkt als kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2001).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/444a3c13de30ddf73283718bc5ef3cb6cff42824bf427ab6dcc8f4b37debb503. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 444a3c13de30ddf73283718bc5ef3cb6cff42824bf427ab6dcc8f4b37debb503, en de alinea staat in dat document op bytes 26447 tot 27390.