Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 september 2004

Alinea 105 Gerechtshof Amsterdam 2 september 2004

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 september 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR1978.

5.4. Mede gelet op de stellingen van belanghebbende ter zake en op het bedrag dat Q ter zake van de overgang van belanghebbende naar Q aan FC A heeft betaald, acht het Hof aannemelijk dat belanghebbende - toen hij door Q werd aangetrokken - een voetballer met veel talent was. Dat betekent echter niet dat hij daarmee ook aannemelijk heeft gemaakt dat hij op dat moment aan de deskundigheidseis voldeed. Daarvoor liggen de begrippen ‘talent’ en ‘specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is’ te ver uit elkaar. Van een dergelijke deskundigheid kan in casu naar ’s Hofs oordeel pas sprake zijn als een voetballer al voor zijn komst naar Nederland heeft gespeeld en gepresteerd op een niveau dat vergelijkbaar is met het niveau van spelers uit de hoogste Nederlandse prof-competitie. Nu dat niet het geval is en ook niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende direct of kort na zijn overgang naar Q in een dergelijke competitie heeft gespeeld doch Q hooguit een groei naar dat niveau beoogde, is van een dergelijke deskundigheid geen sprake. Dat belanghebbende direct na zijn overgang naar Q van Q’s jeugdopleiding deel is gaan uitmaken, doet daaraan niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd2f608bc60d9108925c09d36d295ba675ffa5d0b837684a5dd94ce68ca6577. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd2f608bc60d9108925c09d36d295ba675ffa5d0b837684a5dd94ce68ca6577, en de alinea staat in dat document op bytes 26067 tot 27296.