Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004

Alinea 64 Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR3465.

3.11 De grieven VIII en IX berusten op een onjuiste lezing van het vonnis. In rov. 5.2 heeft de rechtbank overwogen dat alle vorderingen van [R.] en [B.] moeten worden behandeld. Dat heeft zij –impliciet- gedaan in de rov. 6.1 en 6.2 welke betrekking hebben op alle appellanten. De grieven slagen daarom niet. Dat neemt niet weg dat nu R en B bezwaar hebben tegen de afwijzing van hun vorderingen, hun overige grieven nog dienen te worden besproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3f5fc03e75d9c8ecec4e3e30bb17965653a1608234ba637136d4e5c5788bb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3f5fc03e75d9c8ecec4e3e30bb17965653a1608234ba637136d4e5c5788bb7, en de alinea staat in dat document op bytes 18756 tot 19221.