Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004

Alinea 76 Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR3465.

3.14.5 De vier beleggers betogen nog dat uit art. 6:195 BW voortvloeit dat ABN AMRO dient te bewijzen dat de inhoud van het prospectus juist en volledig was. Dat is op zich in beginsel juist, maar het hof komt aan bewijslevering niet toe, omdat de stellingen van de vier beleggers met betrekking tot misleidende reclame hiervoor al zijn verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3f5fc03e75d9c8ecec4e3e30bb17965653a1608234ba637136d4e5c5788bb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3f5fc03e75d9c8ecec4e3e30bb17965653a1608234ba637136d4e5c5788bb7, en de alinea staat in dat document op bytes 24406 tot 24766.