Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004
Alinea 89 Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 oktober 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR3465.
3.15.3 Uit het voorgaande vloeit voort dat de feitelijke grondslag van de vorderingen van de vier beleggers, te weten dat het voorlopig prospectus misleidend is en dat ABN AMRO had moeten optreden tegen publieke uitlatingen van Brink, ondeugdelijk is. Die vorderingen zijn derhalve noch op grond van dwaling, noch op grond van wanprestatie, noch op grond van onrechtmatige daad toewijsbaar. De grieven II tot en met V zijn dus tevergeefs opgeworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3f5fc03e75d9c8ecec4e3e30bb17965653a1608234ba637136d4e5c5788bb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3f5fc03e75d9c8ecec4e3e30bb17965653a1608234ba637136d4e5c5788bb7, en de alinea staat in dat document op bytes 27683 tot 28145.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac3f5fc03e75d9c8ecec4e3e30bb17965653a1608234ba637136d4e5c5788bb7 | shasum -a 256