Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 november 2004

Alinea 39 Gerechtshof Amsterdam 24 november 2004

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 november 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR7813.

5.6. Het Hof laat, gelet ook op het bepaalde in artikel 8, tweede lid, AWR, verder in het midden of het beroep mede kan worden aangemerkt als een bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een verliesvaststellingsbeschikking. Evenbedoelde bepaling lijkt immers mede tot gevolg te hebben dat een in een aangifte opgenomen verzoek tot het vaststellen van een verlies van een jaar niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb kan worden beschouwd, weshalve ook het bepaalde in artikel 6:2, aanhef en onderdeel b, Awb in dit verband niet – en in ieder geval niet ter zake van de door belanghebbende veronderstelde beslistermijn van één jaar – van toepassing lijkt te zijn. Teneinde onzekerheden op dit punt verder uit te sluiten geeft het Hof partijen derhalve in overweging op de aangifte eerst een reguliere verliesvaststellingsbeschikking te laten volgen. Na een bezwaarschrift tegen deze beschikking en een uitspraak daarop kan belanghebbende het materiële geschil opnieuw aan het Hof voorleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12e50884dd75ee790e8a8aa4e0bb864d2cb7d7ec3ed775195f98437194a56693. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12e50884dd75ee790e8a8aa4e0bb864d2cb7d7ec3ed775195f98437194a56693, en de alinea staat in dat document op bytes 13974 tot 15006.