Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 december 2004

Alinea 87 Gerechtshof Amsterdam 20 december 2004

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 december 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8787.

5.7. Het vermogen van de nalatenschap was ondergebracht in het buitenland en door gedragingen van belanghebbende in het buitenland, waaronder in ieder geval het opnemen van tegoeden bij de Belgische bank, in haar macht gekomen. Er is geen sprake van een situatie waarbij belanghebbende enig voordeel heeft ontvangen in haar relatie met een inwoner van Nederland, althans, dit is niet gesteld of gebleken. Onder deze omstandigheden is er naar het oordeel van het Hof sprake van een voordeel dat aan belanghebbende in het buitenland is opgekomen, zodat terzake de langere navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee71e8265382020aad2c0b992d455d204d92311a43231b1fd79ae2f13146ef8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee71e8265382020aad2c0b992d455d204d92311a43231b1fd79ae2f13146ef8, en de alinea staat in dat document op bytes 27083 tot 27782.